Het intrigerende Bhutan is een land zoals er maar weinig van zijn. Het is kleiner dan Nederland, ligt in de Himalaya en was eeuwenlang vrijwel volledig afgesloten van de rest van de wereld. Hierdoor is Bhutan nog altijd omgeven door een zweem van mysterie. Door het hele land verspreid zijn er eeuwenoude boeddhistische kloosters, vaak nog altijd bewoond door monniken. Cultuur en tradities worden hier zo zorgvuldig beschermd en in ere gehouden, dat het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan. En dat is ergens ook zo.
Pas in 1974 werden de grenzen van het land geopend voor toerisme, en zelfs toen ging die deur maar op een klein kiertje open. Tot op de dag van vandaag houdt Bhutan het aantal bezoekers bewust laag. Met de volgende strategie: reizigers betalen een fikse toeristenbelasting van 100 dollar per persoon per nacht, en zijn verplicht om met een lokale gids én chauffeur te reizen. Ja, dat lees je goed: in Bhutan mag je niet zelfstandig reizen.
Het koninkrijk wil enkel high value, low impact toerisme, om op die manier ongewenste westerse invloeden en (te snelle) modernisering zoveel mogelijk buiten de deur te houden. Daarnaast wordt het natuurbehoud zeer serieus genomen. Het is zelfs in de grondwet vastgelegd dat minimaal 60 procent van het land altijd met bos bedekt moet zijn. In de praktijk ligt dat aandeel nog hoger, want volgens officiële cijfers bestaat meer dan 70 procent van Bhutan nu uit bos.
Bruto Nationaal Geluk
Bhutan onderscheidt zich op nog meer vlakken van de rest van de wereld. In de jaren ‘70 kwam de vierde koning met een uniek, opvallend idee: de ontwikkeling van een land moest niet alleen worden afgemeten aan economische groei, maar ook aan welzijn, cultuur en natuur. Zo ontstond, als tegenhanger van het Bruto Nationaal Product, het concept Bruto Nationaal Geluk.
Klinkt prachtig, en op papier is het dat ook, maar het is natuurlijk ook een marketingcampagne waarmee Bhutan zich slim aan de wereld presenteert. Want achter dat ‘gelukkige’ imago schuilt ook een minder romantische werkelijkheid. Eén van armoede, beperkte kansen en jongeren die hun toekomst juist buiten Bhutan zoeken.
Eer de koning
Hoe dan ook is het een once in a lifetime experience om het vliegtuig te pakken naar dit bijzondere landje, en zelf te ervaren hoe hier het dagelijks leven eruitziet. En die beleving begint al direct in de aankomsthal, want werkelijk overal hangen foto’s van de koning en zijn gezin. In Bhutan wordt de monarchie diep vereerd. De koning is niet alleen het staatshoofd, maar ook het alomtegenwoordige gezicht van nationale eenheid en trots. Zeker de huidige koning, Jigme Khesar Namgyel Wangchuck, is mateloos populair: hij is jong (46), knap en staat dicht bij het volk. Zijn portret zien we werkelijk overal in Bhutan.
Eer de fallus
Wat we ook de hele reis zien is het prachtige verfijnde houtsnijwerk waar Bhutan om bekendstaat. Net als de beschilderde huizen met daarop tijgers, draken en… jawel, fallussen. Het blijft een beetje gek om regelmatig (al dan niet ejaculerende) penissen in reuzenformaat als wandschildering te aanschouwen in een verder o zo conservatief en behoudend land, maar in Bhutan heeft de fallus een heel andere lading dan bij ons. Hier staat hij vooral voor bescherming, vruchtbaarheid en geluk. Er is zelfs een vruchtbaarheidstempel in Bhutan waar de fallus wordt vereerd: Chimi Lhakhang. Je kunt de tempel bezoeken, maar ook een afspraak maken met een monnik voor een vruchtbaarheidsritueel. Dat houdt meestal in dat je drie rondjes om de tempel loopt terwijl je een grote houten fallus vasthoudt, vertelt onze gids Sonam. Of het echt werkt? Sonam glimlacht en wijst naar de stapel geboortekaartjes bij de ingang.
Eer de Boeddha
Een ander – letterlijk – hoogtepunt om te bezoeken, is de Grote Boeddha Dordenma: een glimmende gouden Boeddha van 54 meter hoog, die boven de hoofdstad Thimphu uittorent. Het is een van de grootste Boeddhabeelden ter wereld. De bouw duurde bijna tien jaar en werd in 2015 afgerond. In het tempelgebouw staan meer dan 125.000 kleinere Boeddhabeelden, en er zijn indrukwekkende muurschilderingen. Je kunt hier eindeloos ronddwalen terwijl je je ogen uitkijkt. Ook kun je rondom de Boeddha mooie wandelingen maken door de uitgestrekte bossen – natuur en cultuur in één. Hoe verder onze reis vordert, hoe meer we beamen: de natuur, rust, ruimte en sereniteit van het land zijn als een frisse adem en heel welkom in ons drukke bestaan.
Ben je toch in Thimphu, loop dan even binnen bij de Arts & Crafts School. Studenten leren hier jarenlang traditionele Bhutanese kunstvormen, van schilderen en houtsnijwerk tot borduren. Alles draait hier om secuur vakmanschap waarmee het culturele erfgoed van het land in leven wordt gehouden en wordt doorgegeven.
Nog een plek in Bhutan die je niet mag overslaan is de Punakha Dzong, gebouwd in 1637. Op zo’n twee uur rijden van de hoofdstad is dit een van de oudste en belangrijkste fort-kloosters van Bhutan. De hoogste monnik en spiritueel leider van Bhutan, verblijft hier elke winter. Dus als je geluk hebt, kom je hem misschien zelfs tegen.
Tijgernest
Maar de absolute nummer één highlight van het land is de Taktshang-tempel, ook wel ‘Tijgernest’ genoemd. Dit beroemde boeddhistische klooster is gebouwd tegen een steile rotswand, op ruim 3100 meter hoogte. Het hangt letterlijk aan een verticale klif. Het is zo’n plek die je kent van foto’s, maar in het echt nog heel veel mooier blijkt te zijn. De legende luidt dat de grondlegger van het boeddhisme in Bhutan, Goeroe Rinpoche, in de achtste eeuw op de rug van een tijger – vandaar de naam – naar deze plek vloog. Hier zou hij maandenlang hebben gemediteerd en kwaadaardige geesten aan zich hebben onderworpen.
Bhutan is een bijzondere mix van legendes, tradities en collectieve ingetogenheid. Een land waar geluk beleid is en een reuzenfallus op de muur voor voorspoed staat. Tijdens deze reis wordt me één ding vooral duidelijk: Bhutan zal voor buitenstaanders nooit helemaal te begrijpen zijn. En dat is waarschijnlijk precies de bedoeling.
5x wist je dat?
- Bhutan noemt zichzelf Drukyul, letterlijk vertaald: ‘het land van de donderdraak’. Een verwijzing naar de draak als nationaal en spiritueel symbool, maar ook naar de harde wind die door de Himalaya giert en klinkt als het gebrul van een draak.
- Het kleine Bhutan heeft nog geen miljoen inwoners, maar er worden maar liefst 19(!) talen gesproken. De nationale taal is Dzongkha.
- De nationale klederdracht wordt nog volop gedragen: mannen dragen een gho (soort kimono tot op de knieën), vrouwen een kira (lange wikkeljurk).
- Bhutan heeft geen verkeerslichten. Zelfs in de hoofdstad Thimphu is er geen stoplicht te bekennen. Er werd ooit één stoplicht geplaatst als experiment, maar na protest van bewoners verdween het weer. Bhutan vertrouwt liever op verkeersagenten die met hun chique witte handschoentjes gebaren wie er voorrang heeft.
- Boogschieten is de nationale sport van Bhutan en wordt met veel trots en toewijding uitgeoefend. Wie raak schiet, kan rekenen op zang, dans en luid gejuich van teamgenoten en toeschouwers.
