Wanneer ik land in hoofdstad alsof ik in Kazachstan ben. Tenminste, ik had daar hele andere verwachtingen bij. Ik zie enkel spiksplinternieuwe, futuristische hoogbouw. Huh? Ben ik wel in het juiste vliegtuig gestapt? Dit lijkt eerder op Singapore of Dubai, dan wat ik had verwacht bij het grootste land van Centraal-Azië. Met verbazing ga ik op city tour en ook dan zie ik een stad die blinkt van glas, spiegelende wolkenkrabbers en staal. Astana is gloednieuw, en dat zie je aan alles. Tot 1997 was het niet meer dan een stoffig provinciestadje met de naam Akmola.
Totdat president Nazarbajev besloot dat deze plek een nieuwe positie op de kaart zou gaan innemen. De toenmalige hoofdstad Almaty werd te vol, en lag bovendien strategisch gezien niet handig, zo helemaal in het zuidoosten van het land. Dus onderging Akmola een gedaanteverwisseling van jewelste. Het resultaat? De op één na nieuwste hoofdstad ter wereld waar inmiddels 1,5 miljoen mensen wonen. Een plek waar geld, ambitie, heel veel ruimte én een tikje grootheidswaan elkaar hebben gevonden.
Die megalomanie zie je bijvoorbeeld terug in de 105 meter hoge Bajterek-toren, met een gouden ei als dak. Dit monument ter ere van de hoofdstadoverdracht van Almaty naar Astana, is ook een observatietoren. We gaan met de lift omhoog voor een panoramisch uitzicht over de stad. In de bol bevindt zich een bronzen handafdruk van Nazarbajev – een populaire trekpleister onder locals omdat de eigen hand daarop leggen geluk zou brengen. Een ander indrukwekkend bouwwerk is het reusachtige winkelcentrum Khan Shatyr, ontworpen door de beroemde Britse architect Norman Foster. Het is een tentvormig megagebouw met tropisch zwembad, nepstrand én achtbaan.
Meer in het zuiden van de stad bezoeken we nog de Centrale Moskee. En jawel hoor, het is de grootste van Centraal-Azië en de zevende grootste ter wereld. De minaretten zijn maar liefst 130 meter hoog en de koepel is een van de grootste ter wereld. Maar zodra je de stad uit gaat, ontvouwt zich het andere Kazachstan. Hier vooral uitgestrekte leegtes, ruige natuur, yurts en berglandschappen waar je urenlang niemand tegenkomt, behalve misschien een nieuwsgierige marmot.
Majestueus Mañğıstaw
Helaas is Kazachstan te groot (zo groot als heel West-Europa!) om tijdens één bezoek volledig te kunnen zien. Ik besluit naar het uiterste westen af te reizen om de bijzondere regio Mañğıstaw te bezoeken. Deze provincie (oblast) voelt als een andere planeet. Dit is de ‘outback’ van Centraal-Azië met een eindeloze leegte. Het woestijnlandschap bestaat uit zand- en okerkleurige rotsformaties en woeste kliffen. Mañğıstaw is geen bestemming voor luxepaarden. Het is rauw, off road, je zit lange dagen in de jeep en hapt hier en daar wat stof. Máár, dan heb je ook wat: Mañğıstaw wordt vaak vergeleken met Mars of de maan – en niet zonder reden. Het decor is ronduit buitenaards. Het zijn landschappen die nergens mee te vergelijken zijn, en wanneer je er middenin staat, kun je nog maar één woord uitbrengen: wow.
Knikkerende reuzen
De fascinerendste plekken van de provincie Mañğıstaw zijn Boszhira, Kyzylkup en Torysh, oftewel ‘the Valley of Balls’. Boszhira maakt deel uit van de helling van het Oestjoertplateau, waar moeder natuur haar fantasie volledig de vrije loop heeft gelaten. In de Boszhira-vallei is alles wit: kloven, bergtoppen, rotsen in bizarre vormen. Dan zijn er nog de Kyzylkup-bergen, ook wel de tiramisu-bergen genoemd. Deze zijn juist heel kleurrijk, met tinten roze, rood en terra. Maar de bizarste plek is absoluut ‘the Valley of Balls’ (Torysh). Dit is een dor, golvend steppelandschap waarin duizenden(!) bijna perfect ronde stenen verspreid liggen. Van klein tot groot, werkelijk in alle formaten. Het ziet er op zijn zachtst gezegd bevreemdend uit. De gids legt uit dat ze miljoenen jaren oud zijn, ontstaan door mineralen en kalk die zich langzaam rond een kern hebben opgehoopt terwijl de rest van het gesteente weg erodeerde. “Maar”, vervolgt hij, “je zou bijna denken dat een groep reuzen hier ooit gezellig heeft geknikkerd met elkaar.”
Sovjetstad Aqtau
De hoofdstad van Mañğıstaw is Aqtau. En dat is wéér een heel andere beleving. Aqtau is een soort tijdcapsule, gelegen aan de Kaspische Zee. Deze stad werd begin jaren ‘60 volledig uit het niets opgetrokken, met één enkel doel: de ontwikkeling van kernwapens voor de Sovjetunie. De brede boulevards, betonnen woonblokken en verlaten ligging zijn de achtergebleven sporen van een Koude-Oorlogsmissie. Maar er is ook een verrassend idyllische kant aan Aqtau, namelijk het deel dat aan de Kaspische Zee grenst. De ‘zee’ die overigens eigenlijk geen zee is, maar het grootste gesloten binnenmeer ter wereld, oftewel een enorme zoutwaterplas. Hier kun je heerlijk verkoeling opzoeken tijdens de hete zomerdagen en het stof van het buitenaardse binnenland weer van je afspoelen. Een tripje naar Mars, terug in de tijd naar de Sovjetunie, en weer vóóruit in de tijd naar een futuristische, blinkende, nieuwe hoofdstad. In welk vliegtuig was ik nou ook alweer gestapt?
