In de goedgeorganiseerde hoofdstad Taipei zie je duidelijk hoe de eeuwen in elkaar overvloeien. In de Longshan-tempel branden bewoners wierook voor Guanyin, de godin van mededogen. De tempel werd gebouwd in 1738, maar moest na Amerikaanse bombardementen in de Tweede Wereldoorlog worden hersteld. Bij een directe treffer overleefde alleen het beeld van Guanyin. De aanwezige schuilkelder herinnert ons eraan dat vrede in Taiwan nooit vanzelfsprekend is.
Even verderop ligt het imposante plein bij de Chiang Kai-shek Memorial Hall. De Chinese oud-president vluchtte in 1949 naar Taiwan na zijn nederlaag in de Chinese burgeroorlog. Het witblauwe marmer, de symmetrische trappen en de strakke wachtwisseling ademen nog de orde en trots uit de tijd van de nationalistische Kwomintang (KMT). Op 10 oktober, de nationale feestdag, wordt hier elk jaar met militaire precisie herdacht, maar daarbuiten laat Taipei vooral zien hoe traditie en moderniteit moeiteloos samenkomen.
Bamboe en bubble tea
Bovenin Taipei 101, ooit het hoogste gebouw ter wereld (nu op nr.11), ontvouwt de stad zich in volle omvang. De toren, ontworpen als een bamboestengel, staat symbool voor veerkracht. Voor een dosis Chinese kunst is het National Palace Museum een aanrader. Hier worden 700.000 kunstwerken uit het oude China bewaard. Ze werden tijdens de burgeroorlog naar Taiwan gebracht ter bescherming. Ironisch genoeg vormen die schatten nu het culturele hart van een land dat Peking niet als land erkent.
’s Avonds struinen we over de Raohe Street Night Market. Dit is een van de oudste markten van Taipei, waar de geur van pepper buns en geroosterde inktvis zich met het geroezemoes van de avond mengt. Maak hier zeker een stop bij Chen San Ding, een van de bekendste bubble tea-bars van Taiwan. Toepasselijk, want de populaire zoete drank met tapiocaparels vindt hier zijn oorsprong.
Varen en fietsen bij Sun Moon Lake
We reizen naar het midden van het eiland, naar Sun Moon Lake, het spirituele hart van Taiwan. Het water ligt stil tussen de bergen, glanzend als glas. Tijdens de boottocht vertelt gids Chris dat de naam verwijst naar de vorm van het meer: één helft als zon, de andere als maan. Langs de oevers wonen nog steeds de Thao, een van de inheemse stammen van Taiwan. Een fietstocht rond het meer – door velen genoemd als een van de mooiste routes ter wereld – laat de omgeving van een andere kant zien. Het pad kronkelt door bossen en langs tempels, over bruggen en dicht langs de kabbelende waterlijn. Soms hoor je alleen het zachte gezoem van banden op asfalt en het geritsel van bamboe in de wind. Hier toont Taiwan zijn rustige kant: verzorgd, geordend en met oog voor detail.
Ziel van het zuiden
Na de bergen volgt geschiedenis in het zuidwesten van het eiland. In Tainan, de oudste stad van Taiwan, liggen tempels en verhalen dicht bij elkaar. In de Confuciustempel, gewijd aan wijsheid en onderwijs, bidden studenten voor succes en hangen ze houten wensbordjes aan de muur. De stad is een en al erfgoed. De South Gate herinnert aan de Qing-tijd (de laatste keizerlijke dynastie tot 1912), terwijl Fort Zeelandia, gebouwd door de Nederlanders in 1624, nog altijd een echo is van het koloniale verleden. Hier verdedigden VOC-soldaten zich maandenlang tegen de Chinese krijgsheer Koxinga, tot ze zich in 1662 moesten overgeven. ’s Avonds is het in Tainan heerlijk in Shennong Street, waar lampions boven de oude gevels wiegen en geuren van kruiden en gebakken vis de lucht vullen.
Bento in de bergen
Onze Taiwanroute eindigt in de hooglanden van Alishan, waar cederbomen van meer dan duizend jaar oud in de nevel verdwijnen. Een korte wandeling voert over houten bruggetjes en langs mosgroene stammen. In het dorpje Fenchihu kiezen we een goedgevulde bento (gezonde lunchbox), een erfenis uit de tijd dat de bergspoorlijn hier nog dagelijks reed. Je vindt de lekkerste varianten in Old Street. Tegen de avond suist de hogesnelheidstrein van Tainan in nog geen twee uur terug naar Taipei.
Taiwan vormt zijn toekomst zonder zijn wortels te verliezen. Hightech en traditie gaan hier hand in hand: naast een tempel vind je een designcafé, naast een marktkraam een museum voor moderne kunst. De economie groeit, het openbaar vervoer is efficiënt en het land investeert stevig in duurzaamheid en toerisme. Terwijl de wereld kijkt naar geopolitieke lijnen – Peking blijft het als een afvallige provincie zien – leeft het eiland gewoon door en is het ondertussen een geweldige en veilige vakantiebestemming.



