Langzaam lopen, lekker eten

Met de Primiero Slow Tour val je met je neus in de panna cotta. Nooit eerder voelde een huttentocht zo comfortabel. Vijf dagen wandelen door de beboste heuvels onderaan de Pale di San Martino, van hut naar hut. Met zachte bedden, warme douches en eindeloos eten. Maar er moet wel degelijk worden gewandeld.
IMG_9879 (1)
LEES VERDER

Vanaf het moment dat de zware houten deur dichtvalt, voelt Rifugio Vederne als thuis. In de haard knettert het vuur, op tafel staat een fles huisgemaakte grappa zonder dop en de huttenbaas staat zich uit te sloven in de keuken. De gerechten blijven komen: risotto van rode kool, linguine met paddenstoelen, canéderli, polenta, kazen, brood met gesmolten Trentingrana, panna cotta. Mijn vriendin knikt tevreden. Boven de alp sluit een regenboog een perfecte dag af.

Vijf dagen lang lopen we door de Dolomieten in de beboste heuvels boven het dorp Primiero in de provincie Trentino. Vier rifugi, berghutten, van elkaar gescheiden door uitgestrekte alpenweiden en valleien, in de buurt van meren of rivieren. Maar vooral: met Italiaans eten dat steeds weer de verwachtingen overtreft. Bij deze trekking mag je gerust een tandje langzamer lopen, niet voor niets is het een slow tour. 

De jacht klinkt door het bos

De volgende ochtend lopen we de mist in. De paden worden steiler, de rugzak zwaarder, vooral als je voor het eerst een meerdaagse tocht in de bergen maakt. Dan klinkt een knal die door het bos snijdt. Geroep, geblaf, naderende voetstappen. We versnellen automatisch richting een boerderij op de heuveltop. Nog voor we het erf bereiken, worden we ingehaald door een Engelse setter met één oog. Zijn staart gaat tekeer als een ruitenwisser; de jachthond heeft een spoor te pakken en springt zonder te twijfelen in een met kroos bedekte waterpoel. Als vanuit de boskruin een fluitsignaal klinkt, schiet de jachthond weer weg.

Voor ons begint het bos pas echt. Roestkleurige varens, eeuwenoude zilversparren, een vochtig bladerdak dat nauwelijks daglicht doorlaat. Het voelt alsof we eindelijk buiten bereik van de dorpen zijn geraakt. Een wildernis die ons stap voor stap richting Rifugio Fonteghi brengt.

Verjaardag aan de rivier

Fonteghi is een stenen hut aan de oever van een rivier en nog voordat we een stoel hebben aangeraakt, brengt eigenaresse Franca twee grote pullen bier. Het nieuws dat ik vandaag jarig ben heeft zich over de hellingen verspreid en de huttenwaard in een goede bui gebracht. Ze schudt mijn hand en verzekert ons dat de douches extra warm zijn en dat we voldoende tijd hebben om in onze eigen kamer uit te rusten. Haar zoon Julio opent de keuken pas om 19:00 uur.

’s Avonds eten we met een stel uit de regio Veneto – hij Italiaans, zij Pools, net als mijn vriendin – dat voor één dag naar Trentino is gereden om in de Dolomieten te wandelen. Al snel wordt er in de berghut, waar behalve ons geen andere gasten zijn, in het Engels, Italiaans, Pools en Nederlands geproost.

Franca laat ondertussen de wandelkaarten zien. De meeste wandelaars komen hier voor de grote trektochten, zoals de veel hoger gelegen Palaronda of de Alta Via 2. De Primiero Slow Tour, die pas twee jaar geleden opende, is nog niet ontdekt. Geen zware toppen, maar langzaam dwalen door almen en bossen, langs boerenbedrijven, over oude paden. Daarom ook goed te doen voor beginners en gezinnen, en toch met uitzicht op de zilveren rotspieken van de Pale di San Martino.

Het blauwe meer en een hangbrug

De volgende ochtend volgen we Franca’s tip: niet meteen de rivier oversteken, maar een nieuw pad onderlangs nemen. Dat pad slingert naar beneden in haarspeldbochten tot we de oevers van het langgerekte Noanameer bereiken. De bomen in vuurrode herfstkleuren weerspiegelen in het water. We zijn precies op tijd, nog een paar dagen en alles ligt in een kleurentapijt op de bosbodem.

Dan zien we hem: de ijzeren Tibetaanse hangbrug die wiebelend tussen twee kliffen hangt. Onder onze voeten stroomt het turquoise water richting het stuwmeer. Aan de overkant gaat het direct omhoog langs gehuchten met óf luiken die hermetisch gesloten zijn óf waar rookpluimpjes uit de schoorstenen worden uitgestoten.

Via het kerkje van San Giovanni klimmen we naar de kam. Boven zien we door de bladerdaken voor het eerst de volle breedte van de Primierovallei. Links de majestueuze Pale di San Martino, rechts de Vette Feltrine en de piramideachtige top van de Monte Padela, die morgen op het programma staat.

Na vijf uur lopen bereiken we Rifugio Caltena, dat meer wegheeft van een bergboetiekhotel dan van een eenvoudige herberg. We krijgen een ruime kamer toegewezen, met een houten balkon, regendouche en schapenvellen op de vloer. Aan dit soort huttentochten kan ik wel wennen, denk ik terwijl ik op het zachte tweepersoonsbed ga liggen. Wanneer de gastvrouw in dirndl de laatste eters uitzwaait op het erf, zijn wij allang in dromenland.

De klim naar de Monte Padela

Vandaag wordt een stukje zwaarder. Omdat wij de route in tegenovergestelde richting lopen, maken we ook meer hoogtemeters dan staat aangegeven in het programma. De beklimming begint met een waarschuwingsbordje dat de route bestemd is voor ervaren wandelaars. Wij beamen dat. De haarspeldbochten lijken oneindig en mijn verhalen over een nestelende arend en een wegschietende gems worden met weinig enthousiasme ontvangen. Op de flank van de Monte Padela voert mijn vriendin haar eigen strijd, in het hoofd worstelend met haar gedachten.

Maar zoals (bijna) altijd komt alles (bijna) altijd goed. De mist trekt door de vallei onder ons, de lucht klaart op en uiteindelijk staan we bij het kruis op 1800 meter hoogte. De bergen rijzen aan alle kanten omhoog. Ik vraag of het het waard was. “Vraag dat later nog eens”, zegt ze, terwijl ze naar de belegde broodjes in haar lunchbox grijpt.

Afscheid in slow motion

De laatste ochtend volgt de zon ons niet meer. Ze verschuilt zich achter de toppen terwijl wij de rivier volgen richting Primiero, het dorp waar we begonnen. Omdat we beseffen dat het avontuur bijna is afgelopen, doen we alles extra langzaam. We klimmen naar de oever van het riviertje en bestellen een opgewarmde panino bij een tentje langs het Welspergmeer, dat in haar heldere water de Dolomieten weerspiegelt.

In de laatste 200 meter naar het hotel stoppen we bij een terrasje op het dorpsplein. In Primiero, waar twee rivieren samenkomen en de Aperol Spritz 4,50 euro kost, inclusief bruschetta, proberen we ons voor te stellen hoe alles er straks uitziet onder een witte winterdeken. En of ze in het hotel de sauna al hebben aangezet. “En?”, vraag ik. “Was het het waard?” Ze tikt haar glas tegen het mijne. “Saluti. Volgend jaar doen we ‘m weer. Maar dan in tegenovergestelde richting.”

Geschreven door TRAVELBOOK.NL

TRAVELBOOK is hét reisplatform voor en door reizigers: met de beste tips en weetjes voor iedereen die de wereld wil verkennen. In TRAVELBOOK Magazine vind je reisverhalen, hotspots van de tofste steden en routes binnen en buiten Europa. Op de door ons georganiseerde events kun je in direct contact komen met de reisspecialisten waar wij nauw mee samenwerken. Meer weten? Kijk op www.reis-events.nl

Primiero Slow Tour

– De Primiero Slow Tour is een 5-daagse huttentocht in San Martino di Castrozza, Trentino.
– Je loopt door bossen, almen en schilderachtige dorpjes, met uitzicht op de bergmassieven Pale di San Martino en Vette Feltrine.
– De route is goed te doen voor beginnende wandelaars en gezinnen, met af en toe een pittige klim, zoals de Monte Padela.
– Overnachten doe je in vier verschillende, gezellige rifugi, met comfortabele kamers, warme douches en lokale gerechten.
– De paden zijn niet altijd bewegwijzerd, dus een kaart of gedownloade route op je telefoon is essentieel.
– Trek lichte, waterdichte wandelschoenen en laagjes kleding aan.
– Beste tijd: juni en juli, en voor spectaculaire herfstkleuren: september en oktober.

Ga voor meer informatie naar