Wie aan Bretagne denkt, ziet misschien meteen de bekende roze rotsen en ruige noordkust voor zich. Maar onze minitripstart eigenlijk in de net ten zuiden van Bretagne gelegen regio Pays de la Loire. De badplaats Saint-Nazaire, aan de monding van de Loire, is het begin van onze reis. De stad is in de zomer een geliefde bestemming geworden onder Fransen en buitenlandse toeristen. Met twintigstranden – waar ook surfers de laatste jaren hun ogen op hebben laten vallen – en een boeiende culturele historie is de badplaats behoorlijk divers. Bij aankomstruiken we een geur die zich het beste laat omschrijven als verse vis en in beton gegoten geschiedenis.
We duiken letterlijk de geschiedenis in in een onderzeebootbunker. In dit betonnen gevaarte van tientallen meters breed is een bijzonder maritiem museum gevestigd waar je aan boord stapt van het verleden: Escal’Atlantic. In de nagebouwde romp van een oceaanlijner ervaar je hoe duizenden mensen vroeger vanaf deze plek de wereld verkenden. Wanneer je instapt, waan je je echt aan boord van een historisch schip. We voelen ons even iemand uit de gegoede burgerij die zojuist is begonnen aan het avontuur van zijn leven. Zo moet dat gevoeld hebben voor de mensen die in de 19e en 20e eeuw echt aan boord stapten van deze schepen, en een leven aan de andere kant van de wereld tegemoet gingen. Een Titanic-achtige ervaring – gelukkig zonder ijsbergen.
Kuifje in de stad
We dineren op een paar minuten lopen van het museum in restaurant La Plage, op een absolute A-locatie aan het strand. Het is vandaag helaas geen dertig graden, maar we zien onszelf hier al een hele zomerdag doorbrengen. Onderweg terug naar het hotel komen we langs een enorme poster van Kuifje, waarop hij klaar is om aan boord te gaan van een stoomschip. Ja, ook hij begon hier ooit een avontuur. In het album De 7 Kristallen Bollen vertrekt hij vanuit Saint-Nazaire op een oceaanstomer richting Peru. Verspreid door de stad staan zes gigantische striptekeningen die het verhaal vertellen van Kuifjes bezoek aan Saint-Nazaire.
Rust op het water
We zoeken de rust op net buiten de stad. Met de fiets zijn we, nadat we de ruige industrie achter ons hebben gelaten, al snel in een natuurgebied. Je zou La Brière ‘het Giethoorn van Frankrijk’ kunnen noemen – vanwege de boerderijen aan het water – maar dat doet het eigenlijk geen recht. Het is een uitgestrekt moerasgebied met rietvelden, vogels en stilte. Vooral géén hordes toeristen. Samen met gids Michel stappen we in een platbodembootje. Het enige wat we horen is het zachte klotsen van het water. Een natuurbeleving die toch best afsteekt tegen de bunker van de dag ervoor. Saint-Nazaire heeft duidelijk twee gezichten.
Allemaal aan de galette
We verplaatsen ons die avond naar het hoogtepunt van deze reis: het sprookjesachtige Dinan. Dit dorpje, op zo’n twee uur rijden van Saint-Nazaire, heeft alles wat je van een Frans dorpje tussen de heuvels wilt. Middeleeuwse bouwwerken, prachtige uitzichten én een smakelijk cultureel symbool: galettes! Deze hartige crêpe is in Bretagne tot kunstvorm verheven en je vindt ze hier met wel honderden verschillende toppings. De meest genoemde plek voor een goede galette in Dinan is Crêperie Ahna, een lokale favoriet. Toegegeven, we moeten ons even over een drempel heen zetten. Galettes worden gemaakt met boekweit, een wat minder bekende plant die vaak als graanvervanger wordt gebruikt. Ooit hebben we thuis hiermee geprobeerd te bakken en dat resulteerde in een baksel dat je op z’n best ‘onsmakelijk’ kunt noemen. Het is duidelijk dat het aan de chef lag, want deze crêpe is ontzettend lekker en een stuk minder zwaar op de maag dan ‘normale’ crêpes. Een absolute must in deze regio.
Taartje bij de abdij
Een zonnige dag in Dinan. We dwalen door de straatjes omhoog en omlaag en lopen langs de stenen huisjes met houten balken in alle kleuren. Wat opvalt is dat er nauwelijks toeristenwinkels zijn, maar vooral ateliers, pottenbakkers en allerlei andere lokale zaakjes. Ook dit geeft het dorpje zijn middeleeuwse sfeer. Aan de voet van de heuvel, waar zeker de helft van Dinan zich bevindt, is een klein haventje. Hier pakken we de fiets en na nog geen 15 minuten fietsen tussen de heuvels komen we aan bij de Saint‑Magloire de Léhon. Deze abdij uit de 9e eeuw verkeert nog in geweldige staat. Het kloosterterrein is een plek voor bezinning en samenkomst. Links zien we een oude man zijn handen vouwen, rechts twee dames met een meegebracht taartje in de zon. De bloemen in het midden maken het tafereel compleet.
Handtekening op de muur
Het is even schakelen van de rust in Dinan naar de bedrijvigheid van het charmante Rennes. Ook deze stad heeft middeleeuwse wortels, maar heeft daar een moderne twist aan gegeven. We lopen langs vakwerkhuizen, geheime pleintjes en delen van de oude stadsmuur. Ook ontdekken we de vele kunstverrassingen van Rennes. Overal op de muren duiken miniatuurkunstwerken op als ‘handtekeningen’ van lokale kunstenaars. Zo zitten er tientallen keramieken radijsjes aan gevels verstopt. Wij vinden er maar twee, maar het voelt als een soort schattenjacht tussen de koffiebars en winkeletalages. Die laatste zijn er in Rennes overigens in overvloed. Van de bekende merken tot meerdere grote vintagewinkels; shoppers worden hier heel gelukkig.










