De knisperende sneeuw is bijna te fel aan je ogen, sneeuwschoenen lopen we het autoloze dorp Stoos uit en de stilte is oorverdovend. Af en toe een spoor van een konijn of hert, verder een effen deken. Plots scheert er een kind op ski’s voorbij. We lopen off-piste, maar de schoolklassen vinden soms hun eigen weg. Sommige stukken op onze route gaan flink steil naar beneden, waardoor we een voor een op de billen naar beneden glijden. We arriveerden een dag eerder in Stoos per trein (station Schwyz) en bus (nr. 501), om vervolgens met de Stoosbahn, de steilste kabeltrein ter wereld met een 110% helling, het bergdorp te bereiken. Stoos ligt op 1300 meter hoogte en heeft slechts 150 permanente bewoners. Met 35 kilometer aan pistes is het een van de kleinste wintersportgebieden van Zwitserland.
Het dorp heeft skischolen en genoeg skiverhuurbedrijven, maar er zijn slechts een paar kabelbanen en skiliften. Deze kleinschaligheid heeft veel voordelen. Vanuit de appartementen en hotels sta je letterlijk direct bij de skilift. Met kinderen ben je meteen op de piste en dat scheelt veel gedoe. Voor de niet-skiërs en -boarders is het hier geweldig wandelen en langlaufen. Als je het dorp uit loopt – wat al snel is – kom je meteen in een niemandsland waar de verse poedersneeuw een adembenemend landschap creëert. Wil je vanuit Stoos verder de hoogte in, pak dan de kabelbaan naar de top van de Fronalpstock op 1922 meter. Je kunt hier uren genieten van het zicht op de besneeuwde Alpen en bergmeren.
Lichtstad aan het meer
We nemen de trein naar Luzern, midden in Zwitserland, te midden van de bergen en direct aan het Vierwoudstedenmeer (hoewel het Duitse Vierwaldstättersee zich eigenlijk beter laat vertalen als het Vierwoudstrekenmeer – in het Engels wordt het simpelweg Lake Lucerne genoemd). Het water neemt een belangrijke plek in de stad in; het is goed flaneren over de Nationalquai, waar ook de rondvaartboten liggen aangemeerd, en de houten Kapellbrücke over de rivier de Reuss is het symbool van de stad geworden. De bekende watertoren stond ooit los van de brug en was een gevangenis en zelfs martelkamer. Zonder dak, want het geschreeuw van de gevangenen diende als waarschuwing voor de Luzerners. De andere overgebleven houten brug in de stad is de Spreuerbrücke, waarin je macabere tekeningen ziet. De vele afbeeldingen van skeletten maakten de inwoners vroeger duidelijk: het maakt niet uit wie je bent, iedereen wacht uiteindelijk hetzelfde lot.
Luzern is een fijne plek om een weekend te verblijven en te voet te verkennen. De binnenstad barst van de historische gebouwen. We wandelen langs de Musegg-muur, onderdeel van de middeleeuwse verdedigingswerken, en we bewonderen het leeuwenmonument, uitgehakt in een rotswand. De ligging van de stad precies tussen Duitsland en Italië in, zien we terug in de horeca. Traditioneel (Duits) eten doen we bij de Burgerstube van hotel Wilden Mann, dat er al zit sinds 1517. We bestellen er de Chügelipastete; kalfspastei met groenten en rozijnen gemarineerd in cognac. Perfect voor dit winterse weer. Aanrader voor een casual Italiaanse maaltijd is het moderne Bacio della mamma, vlak bij het station. Voor een duik in Zwitsers zoet gaan we naar Max Chocolatier. Dit kleine, sympathieke en relatief jonge chocoladehuis maakt alles met de hand en dat proef je natuurlijk. Er zit een winkel in de Hertensteinstrasse, maar leuker is om naar de studio te gaan voor een privéproeverij of -workshop (al vanaf 2p.).
Eerste tandradbaan
Door de ligging in het hart van de Zwitserse Alpen, is het vanuit Luzern gemakkelijk een dagtrip maken naar een van de vele omringende bergen. Denk aan de Pilatus (2128 m), Rigi (1798 m) of Titlis (3238 m). Wij bezoeken de laatste twee. Voor de Rigi pakken we in Luzern de trein naar Arth-Goldau (30 min.), waar we vanaf het SBB treinstation direct op de kabeltrein stappen naar Rigi Kulm, net onder de top van de Rigi. Ook hier wacht weer een geweldig uitzicht over heel Centraal-Zwitserland en Zuid-Duitsland. Wintersporten wordt hier niet veel gedaan, maar het kán wel: de Rigi heeft 5 liften en 20 kilometer aan pistes.
Om weer naar beneden te gaan, pakken we vanaf Rigi Kulm de ándere trein. Dit was in 1871 de eerste tandrandspoorbaan van Europa. We komen uit in Vitznau aan het Vierwoudstedenmeer, dus vanaf hier nemen we de boot terug naar Luzern. Er zijn talloze opties voor een rondvaart, vanuit alle grotere plaatsen aan het meer, van een uurtje tot een halve dag en met verschillende thema’s.
On top of the world
Waar Stoos kleinschalig en perfect is voor beginnende wintersporters, is Engelberg geschikt voor het professionele werk. Hier kun je de tijd nemen voor kilometerslange pistes, van meer dan 2000 hoogtemeters. Als de lente in de rest van de Alpen al is begonnen, worden hier nog steeds de boards of latten ondergebonden. Engelberg heeft het langste winterseizoen van Zwitserland. Kinderen worden hier van (heel) jongs af aan op de ski’s gezet, met als resultaat dat het dorp de meeste Winterspelenmedailles op zijn naam heeft staan.
Met de Luzern-Engelberg Express zijn we per spoor in 45 minuten in Engelberg. We gaan de Titlis op met de Xpress kabelbaan, via Trübsee en Stand. Wil je hierna een andere lift nemen; er rijdt een gratis bus tussen alle kabelbanen in Engelberg. Na slechts een half uur met de Xpress kabelbaan, waarbij het laatste stuk met een ronde, draaiende cabine, komen we aan op 3020 meter hoogte. Ook hier op de Titlis schijnt boven de wolken weer die stralende zon aan de intens blauwe lucht. Het uitzicht is fenomenaal. We wandelen nog een klein stukje omhoog en betreden daar op 3041 meter de hoogste hangbrug van Europa. Een beetje spannend is het wel, en behoorlijk koud en winderig, maar ook zo ontzettend mooi. Je voelt je on top of the world, en dat is niet eens zo erg overdreven.
Van skiën tot snowtuben
Het merendeel van de bezoekers komt hier natuurlijk om te skiën of snowboarden. De meeste pistes zijn rood of zwart en Engelberg staat internationaal bekend om het freeride skiën (off-piste). Maar geen zorgen als je geen behoefte hebt aan snelheid of letsel, ook dan heb je het als sneeuw- en ijsliefhebber nog druk in Engelberg. Na de enerverende hangbrug kijken we op de top bijvoorbeeld ook in de gletsjergrot. We lopen over een 150 meter lang pad door duizenden jaren oud ijs.
Voor een wandeling dalen we met de kabelbaan iets af naar de Trübsee, aan de voet van de Titlis. Rondom dit bergmeer, dat in de winter volledig bedekt is met sneeuw, maken we een panoramische winterwandeling. Wij binden de sneeuwschoenen weer onder, maar het kan ook zonder. Ook bij bergstation Trübsee (1800 m), zijn weer diverse skipistes, langlaufloipes en sleebanen. Wij wagen ons in het Snow Xpark aan de e-snowmobiles en de bobsla’s, een mix tussen een bob en een sneeuwscooter. Je moet het even doorhebben, maar al snel racen we als volleerde coureurs door dit geweldige landschap. Toch blijft het meest hilarische hoogtepunt het snowtuben. In een rubber band van de berg af glijden is een feest op elke leeftijd.
Bijkomen van zoveel emoties kan in een van de restaurants op de Titlis, met ruime terrassen in de zon. En natuurlijk, we verwachten het inmiddels niet anders, het eten is overal even heerlijk. Een goedgevulde portemonnee is handig in dit paradijs, maar dan bevind je je ook wel in een absolute droomwereld. En wie verdient dat nou niet?






