Onze reis begint zo’n 55 kilometer ten noorden van Zürich, in het schilderachtige Stein am Rhein, waar kleurrijk beschilderde gevels en middeleeuwse charme de toon zetten. Een beter beginpunt kunnen we ons niet wensen. Tijdens een korte stadswandeling met een lokale gids ontdekken we verborgen steegjes, fresco’s en verhalen die eeuwen overspannen. De namen Jakob en Emma hoor je overal terug, de nalatenschap van dit welgestelde echtpaar leeft voort in meerdere culturele instellingen. We raken steeds meer onder de indruk van Stein am Rhein. Deze plek blijkt zoveel historie te hebben en is een onverwachte bron van inspiratie.
Varen over de Rijn
We vertrekken uit Stein am Rhein per boot, wat het afscheid wat verzacht. We varen over de (je raadt het al) Rijn, die hier kraakhelder en azuurblauw is. Via diverse opstappunten en leuke plaatsjes aan de rivier bereiken we de Bodensee en het moderne, drukke Konstanz. In Kreuzlingen verlaten we de boot. Eigenlijk zouden we nog uren aan boord willen blijven, want het is zo aangenaam en rustgevend op het water. We komen hier graag nog eens terug, om het varen af te wisselen met een wandel- of fietstocht. Van het vroege voorjaar tot in de late herfst wordt er gevaren tussen Schaffhausen en Kreuzlingen.
Per cabrio naar Appenzell
De Grand Tour door Zwitserland is al een beleving op zich, maar helemaal als je de landschappen en afwisselende route beleeft per cabrio. Vanuit Kreuzlingen passeren we met open dak de stad Sankt Gallen. Kort daarna laten we de stadse omgeving achter ons en maakt het vlakke landschap plaats voor ansichtkaartwaardige heuvels en vergezichten. Eenmaal aangekomen in Appenzell is de drukte rond de Bodensee in geen velden of wegen meer te bekennen.
In het autovrije centrum van Appenzell, met haar fraaie beschilderde panden, dineren we in hotel Säntis, gelegen aan een heel bijzonder plein. Hier vinden nog jaarlijks verkiezingen plaats (Landsgemeinde). Dat klinkt op zich niet bijzonder, maar de telling gebeurt tot op de dag van vandaag via handopsteking. Voordat we onze reis vervolgen, lopen we na het ontbijt nog even door de voetgangerszone. Misschien is het toeval, of de locals zijn hier echt altijd zo aardig, maar de vriendelijke begroetingen van bewoners op straat geven wat ons betreft echt kleur aan het mooie Appenzell.
Maienfeld: land van Heidi
We verlaten het Appenzellerland en rijden in de richting van het kanton Graubünden, het meest bergachtige kanton van Zwitserland. Onderweg verandert het landschap zichtbaar: de valleien worden dieper, de bergen markanter. Een tussenstop in Maienfeld, bekend van het verhaal van Heidi, brengt ons naar het belangrijkste wijngebied van Graubünden, de Bündner Herrschaft. Dankzij het milde klimaat gedijen de witte en blauwe druiven hier zeer goed. De regio staat vooral bekend om zijn Blauburgunder (pinot noir).
Via de Flüelapas slingert de weg omhoog naar Davos en Klosters. Hoe vaak je deze bergpas ook neemt, hij blijft ongelooflijk imposant. De ruige, grillige rotsen en kale bergflanken staan in schril contrast met waar we vandaan komen. Hier is geen ruimte voor zachtheid. Het voelt alsof we door een buitenaards landschap rijden. Op de top van de pas, op 2383 meter hoogte, stoppen we even voor een fotomoment. Als we uitstappen komt een frisse wind ons tegemoet. Het hoort bij de rauwe schoonheid van dit gebied. Terug in de auto rijden we, met gesloten dak, het glamoureuze Sankt Moritz binnen.
St. Moritz: van kuuroord tot Alpenicoon
St. Moritz geldt als een van de bakermatten van het wintertoerisme. Al eind 19e eeuw kwamen de eerste wintergasten naar dit zonnige hooggelegen dal. De stad organiseerde twee keer de Olympische Winterspelen (1928 en 1948) en werd al veel eerder beroemd door haar minerale bronnen, die zo’n 3000 jaar geleden werden ontdekt. Tegenwoordig is het zowel een elegant kuuroord als een geliefde wintersportbestemming voor talloze internationale reizigers.
Kabelspoortrein naar Muottas Muragl
Voor een panoramisch avontuur stappen we in de historische kabelspoortrein naar Muottas Muragl. In tien minuten klimmen we omhoog, langs dennenbossen en rotsflanken. Boven wacht een verbluffend uitzicht: de Engadiner Alpen, het merengebied van Oberengadin en in de verte de besneeuwde Piz Bernina. We blijven minutenlang geboeid door het licht dat voortdurend verandert. Wolken schuiven over de toppen, de meren glanzen diepblauw. Terwijl de zon langzaam achter de bergkammen zakt, genieten we hier op de berg van een voortreffelijk diner met een decor dat bijna onwerkelijk lijkt. Ondanks de chique reputatie van Sankt Moritz is het de natuurlijke omgeving die de grootste indruk achterlaat. Zodra we de dorpskern uit zijn, maakt de mondaine sfeer plaats voor een serene stilte.
Over de Berninapas
Onze eindbestemming Lugano komt dichterbij. Maar daarvoor trotseren we eerst de Julierpas en vervolgens de Berninapas. De Julierpas oogt lieflijk, omgeven door glooiende alpenweiden. De Berninapas is ruiger en alpiner. De vele bochten en de smalle weg maken het hier tot een waar avontuur. Sommige haarspeldbochten vragen om wat moed, niet wetende of je tegenliggers zult treffen. Wij nemen geen enkel risico en manoeuvreren ons behendig door de bochten.
De kastelen van Bellinzona
In Bellinzona bewonderen we twee van de drie Unesco-kastelen: Castello di Montebello en Castelgrande. Samen met Castello di Sasso Corbaro waakten de kastelen in de middeleeuwen als wachters over de vallei. De kastelen en verdedigingsmuren dienden om de doorgang door de Ticinovallei te controleren en waren een strategisch punt voor de handelsroutes over de Alpen. Tegenwoordig zijn de kastelen toegankelijk voor bezoekers, met musea, tentoonstellingen en wandelroutes. Bellinzona voelt als een kruispunt van culturen, waar Zwitserse precisie en Italiaanse flair elkaar ontmoeten.
Lugano in de nevel
Voordat we onze roadtrip stijlvol, aan het meer van Lugano, afsluiten, bezoeken we een van de charmantste dorpjes in de directe omgeving: Morcote, tegen de Italiaanse grens. Helaas zit het weer niet mee, waardoor een bezoek aan Monte Brè (925 meter) letterlijk in het water valt. Een reden extra om wijnmakerij Tenuta Castello di Morcote te bezoeken, prachtig gelegen boven de stad. Zoals bij alle hoogtepunten tijdens de Grand Tour door Zwitserland, kleeft ook aan deze wijnmakerij een mooi verhaal. De eigenaar vertelt het je graag zelf.
Ondanks het sombere weer dat vandaag heel Zwitserland in zijn greep houdt, wuiven de palmbomen in Ticino, het zuidelijkste kanton van het land. In een aangename temperatuur dwalen we ’s middags in Lugano door de botanische tuinen van Parco San Grato, waar de uitzichten over het meer juist mystieker worden door de nevel. Het hart van Lugano laat zich gelukkig niet kennen, in het centrum bruisen de cafés en terrasjes zoals altijd.










