Er gaan weken van voorbereiding aan vooraf. Wie naar het ruigste continent ter wereld reist, moet rekening houden met alle weersomstandigheden. Met wat geluk is het zonnig en boven nul, maar het kan ook zomaar -15 °C zijn. En dat in de zomer, de enige periode waarin je überhaupt naar het zuidelijkste puntje op aarde kunt. Zodra de winter begint, dalen de temperaturen tot wel -50 °C. De koudste ooit gemeten was in juli 1983: een ijzingwekkende -98 °C. Goed en grondig inpakken is dus geen overbodige luxe.
We gaan op een 17-daagse expeditie met de Franse rederij Ponant. De route: vanuit het Argentijnse Ushuaia – de zuidelijkst gelegen (grote) stad ter wereld – naar het door de Britten bestuurde eiland Zuid-Georgia. Vanaf daar steken we over naar het zevende continent. Het schip, Le Boréal, wordt de komende twee weken ons drijvende thuis met plek voor 160 passagiers. We zijn met een mix van nationaliteiten, maar vooral Fransen en Australiërs. Aan boord is naast de scheepsbemanning ook een groot expeditieteam van wetenschappers, biologen, geologen en wildlife-experts. Het is een jong, enthousiast team van hardcore avonturiers, van wie velen zelfs weleens hebben overwinterd in de poolgebieden. Hun kennis en verhalen vormen het fundament van deze reis.
Natuur op de eerste plaats
De eerste oversteek betekent 3,5 dag varen van Ushuaia naar Zuid-Georgia. Hoewel de Zuidelijke Atlantische Oceaan bekendstaat om zijn onstuimigheid, verloopt de reis voorspoedig. De dagen worden gevuld met lezingen van het expeditieteam over het wildlife, het ontstaan van gletsjers en de eerste poolreizigers. Vervelen doen we ons geen moment: er worden documentaires vertoond en tijdens verplichte briefings krijgen we strikte richtlijnen mee om de natuur straks op Antarctica zo min mogelijk te verstoren. Zelfs onze kleding wordt zorgvuldig gedesinfecteerd. “Toerisme in Antarctica is zeer streng gereguleerd”, legt de Franse expeditieleider Alizée Fouchard uit. “We mogen echt niets achterlaten of meenemen. Het is zelfs de bedoeling dat we zo min mogelijk aanraken; je mag bijvoorbeeld nergens op gaan zitten. Het enige dat we meenemen van boord is drinkwater, maar zeker geen eten. Dus letterlijk het enige dat we zullen achterlaten zijn onze voetafdrukken.” Ook de snelheid van het schip is gelimiteerd om walvissen niet te verstoren. De natuur komt hier altijd op de eerste plaats.
Animal planet
Wanneer ik in de vroege ochtend mijn ogen open, gaat de intercom aan. “Welcome in South Georgia!”, roept de kapitein. Ik spring direct uit bed, schuif het gordijn open en zie land. Eindelijk! En niet zomaar land, dit door gletsjers bedekte eiland met steile kliffen is een van de meest afgelegen, bijzondere natuurreservaten ter wereld. Ook wel ‘de Galapagos van het zuiden’ genoemd, omdat hier zoveel dieren leven. Het is een walhalla voor wildlife-liefhebbers. Zo woont hier de grootste koningspinguïnkolonie ter wereld en vind je er macaroni-(met geeloranje pluim op z’n hoofd), stormband- (met zwart streepje over z’n keel) en ezelspinguïns (die klinken als balkende ezels). Allemaal zijn ze even aandoenlijk. Verder zwemmen hier zeeolifanten, zeehonden, pelsrobben, walvissen, orka’s en blauwe vinvissen. Boven ons zweven grote albatrossen, sneeuwstormvogels, Kaapse stormvogels en Zuid-Georgische piepers – de zuidelijkste zangvogels ter wereld.
Eerbetoon met whiskey
Voor het eerst worden de zodiac-bootjes van het schip naar beneden getakeld om voet aan wal te kunnen zetten. De eerste stop is Grytviken, een plek met een lugubere geschiedenis. Dit was ooit het kloppende hart van de walvisjacht, waar tussen 1900 en 1965 zo’n 175.000 walvissen zijn gedood. De scheepswrakken en roestige overblijfselen van de verwerkingsfabriek contrasteren fel met de besneeuwde bergen. Een klein museum vertelt meer over dit bloederige hoofdstuk. Hier ligt ook het graf van de Britse poolreiziger Ernest Shackleton, die een heldenstatus verwierf nadat hij in 1916 schipbreuk leed. Tegen alle verwachtingen in wist hij na een maandenlange barre tocht, toch zijn gehele bemanning te redden. Het is traditie dat iedereen die zijn graf bezoekt, proost met een glaasje whiskey, als eerbetoon aan zijn doorzettingsvermogen.
Nieuwsgierige pinguïns
Dan is de grote dag aangebroken: de aankomst in St. Andrews Bay, een van de spectaculairste plekken van de expeditie. Hier bevindt zich de grootste koningspinguïnkolonie ter wereld. Hoeveel dat er zijn? Ruim 300.000 in één baai. We stappen uit de zodiac en staan midden in een natuurdocumentaire. Al je zintuigen gaan aan: je ruikt de pinguïns al van ver – ja, ze zijn schattig, maar stinken behoorlijk – en hun hoge gepiep klinkt als een orkest van schelle trompetten. Toch vergeet je dat snel. Met hun statige houding, felgele en oranje vlekken en wiebelende loopje lijken ze op kleine deftige heren in smoking. Het leukste is dat ze super nieuwsgierig zijn. Zonder schroom waggelen ze op ons af om ons eens goed te bekijken. Een van hen hapt zelfs met zijn snavel in mijn broek!
Buitenaards landschap
Dan varen we van Zuid-Georgia door naar Antarctica. Na twee heftige, stormachtige zeedagen – de beruchte Straat Drake wordt niet voor niets de ‘Drake shake’ genoemd – ligt de beloning voor deze ontbering in het verschiet. De storm is gaan liggen, de zee is glad en buiten wacht een uitzicht dat bijna buitenaards aandoet. Pikzwarte bergen met witte pieken rijzen op uit de oceaan. En dan dat licht: zacht poollicht met een vleug ochtendnevel die dit continent een mystieke gloed geeft. Is dit nog wel de aarde of zijn we op een andere planeet aangekomen?
Zachtaardige reuzen
Naast ontmoetingen met pinguïns en een prachtig zeeluipaard – die inderdaad luipaardvlekken heeft op zijn fluwelige huid – zijn het vooral de walvissen die de meeste indruk maken. Tijdens een kajakavontuur duiken ineens drie walvissen op uit het ijzige water. Ze komen langzaam dichterbij, zwemmen naast onze kajaks, maken sierlijke bewegingen en glijden recht onder ons door. Vijftien meter lang, dertig ton zwaar… ik hou mijn adem in. Eén verkeerde beweging en we belanden met kajak en al meters verderop. Maar deze zachtaardige reuzen zijn zó beheerst dat ze nauwelijks een rimpeling in het water veroorzaken. Het is een magische ontmoeting die me altijd zal bijblijven.
De reis eindigt zoals hij begon: met zeedagen. Geen briefings meer, geen inspecties, alleen een eindeloze horizon, een – gelukkig – rustige zee en alle tijd om alles te laten bezinken. Terug naar de bewoonde wereld. Deze reis gaat niet alleen voor mij, maar voor alle passagiers van Le Boréal die dit voor het eerst meemaakten, de boeken in als de meest indrukwekkende, ontzagwekkende ervaring ooit.







