We starten in hoofdstad Seoul, een metropool met zo’n tien miljoen inwoners, omringd door vier bergen. Die vormen een natuurlijk schild rond de stad en voorzien Seoul volgens pungsu-jiri, de Koreaanse variant van feng shui, van goede energie. Seoul is een keurige én kleurige mix van hypermoderne technologie en diepgewortelde historie: wolkenkrabbers naast steegjes met hanok-huizen, lokale foodmarkets naast hippe koffieconceptstores. Tussen dat alles duiken heerlijke, rafelige buurtjes op waar ooit schepen werden geladen. Geveegde straten, kleine parkjes vol gevallen ginkgobladeren; Seoul is dan wel een wereldstad, het voelt nooit benauwend.
Eten met slab om
Seoul bestaat uit 25 districten, elk weer opgedeeld in talloze dongs (wijken) met een eigen sfeer en identiteit. Dwars door de stad stroomt de elf kilometer lange Cheonggyecheon; jarenlang onder beton verstopt, maar sinds 2005 terug als groene stadsrivier onder straatniveau. Langs het water ben je even helemaal weg uit de drukte en wandel of jog je er langs kunstprojecten, bruggetjes en visvangende reigers. Bezoek ’s ochtends in het centrum van Seoul de tuinen en het terrein van het paleiscomplex Gyeongbokgung. Zowel toeristen als locals doen dat veelal in klederdracht. Rondom het paleis zijn talloze winkels waar je je kunt verkleden en het draagt echt bij aan de hele beleving. Ga ’s middags naar de historische Bukchon Hanok Village – probeer te fluisteren om geen overlast voor de bewoners te veroorzaken – en maak selfies voor de traditionele, gebogen daklijnen tegen een moderne skyline. ’s Avonds wijzen neonlichten je de weg naar een van de vele Korean BBQ restaurants, waar je samen onder een afzuigkap aan tafel sappig samgyeopsal (buikspek) grilt. Slabschaamte kent men niet, en geloof me: die papieren lap loont.
Kaleidoscoop van wijken
We struinen door het vrolijke doolhof van Ikseon-dong, een wijk waar we van de ene verbazing in de andere vallen. Niet eerder troffen we in één steeg een fotohokjeswinkel, een groentekraam met roze kratten, een zelfbedieningswinkel vol grijpmachines en de filmlocatie van Squid Game. Je koopt er net zo makkelijk paars ijs en salted butter rolls (soort croissant) als een tweedehands trui. Je luncht er fantastisch in restaurants waarvan je de naam niet onthoudt. Boven een tafelgasbrander pruttelt bouillon met rundvlees en groenten in een gietijzeren pot. De bakjes banchan (bijgerechten) passen maar net op tafel. Eten is hier geen bijzaak.
In de industriële wijk Euljiro wordt overdag druk gezaagd, getimmerd en geslepen, ’s nachts klinkt er drinkgelag uit verstopte cafés achter roestige deuren. Eten kan er op elke hoek van de straat, je gaat erheen zonder plan. Eén metrohalte verder prijkt het futuristische Dongdaemun Design Plaza (DDP), een van de opvallendste gebouwen van Seoul en hét centrum voor design, mode en cultuur. In Seongsu-dong, het ‘Brooklyn’ van Seoul, drinken we koffie bij Café Onion en maken we een rondje langs designwinkels en flagshipstores. Tegen zonsondergang is het de perfecte tijd om naar de N Seoul Tower te gaan. Er zijn verschillende manieren om er te komen: met de kabelbaan, te voet of met een shuttlebus. Hoe je er ook komt, boven wacht het mooiste panorama en een indrukwekkende ‘loo with a view’.
Kimchi zonder franje
We verlaten de stad en reizen naar het oosten richting Gangwon, de provincie die zichtbaar profiteerde van de Olympische Winterspelen in 2018. Denk aan nieuwe spoorlijnen, opgefriste steden, Engelse teksten onder Koreaanse borden, moderne sportlocaties en een infrastructuur die reizen moeiteloos maakt, zowel ‘s zomers als ’s winters. Het landschap is er ruig en bergachtig, de omgeving groen en dunbevolkt. Er zijn verschillende natuurparken en de kustlijn is grillig met brede stranden. De zomers zijn er koel, de winters ronduit streng. Gangwon’s regionale keuken draait om boekweitnoedels, aardappelen, bergkruiden en rauwe zeevis. Zelfs de huisgemaakte kimchi smaakt hier anders dan in de hoofdstad; minder pittig, wel fris en authentiek – zonder franje. Die eenvoud past perfect bij het landschap.
Het kloosterleven
We rijden verder de bergen in en slaan af bij de toegangspoort van tempelcomplex Woljeongsa. We checken in voor een temple stay: een korte, ingetogen kennismaking met het boeddhistische kloosterleven. Geen wellness-retreat, maar een eenvoudige, gestructureerde ervaring die draait om rust, ritme en reflectie. De kamer is sober, er ligt een dun matras op een warme vloer. Schoenen blijven buiten. Na een rondleiding eten we ‘mindful’ in de eetzaal en maken we ons klaar voor buddha worship en een singing bowl-meditatie. Als de monnik op de trom slaat en de gong gaat, zijn we oprecht dankbaar dat we dit mee mogen maken. Om 21:00 uur liggen we op bed, om 5:30 uur staan we er weer naast en om 11:00 uur hebben we al meer dan 10.000 stappen gezet in het nabijgelegen naaldboombos. De omgeving is prachtig en rustgevend, de ervaring louterend.
Elke stad een skywalk
De oostkust van Zuid-Korea is zeer veelzijdig. Je kunt er heerlijk wandelen, fietsen en surfen. En het is dé plek voor geweldige zonsopkomsten, dit is letterlijk een van de eerste stukjes land waar het licht binnenvalt. En daar wordt waarde aan gehecht, want een nieuwe dag is nieuw geluk. Los daarvan zijn veel Koreanen sowieso dol op uitzichtpunten. Dit zijn volgens de pungsu-jiri-traditie plekken met positieve energie, die lucht geven in een land vol bergen. Zo duiken er tegenwoordig overal skywalks op: glazen platforms boven bergflanken of kliffen. Men houdt hier van ‘mild thrills’, iets spannends dat toch veilig is. Het zijn ideale uitjes met vrienden en familie, waarbij natuurlijk tal van selfies worden gemaakt. Wij zwichten en bezoeken ook een paar skywalks.
Treinen en zweven in Busan
Ook Busan, de tweede grootste stad van het land, barst van de uitkijkpunten. Busan X The Sky bevindt zich in de hoogste toren van Busan. Vanaf de 100e verdieping, op 410 meter boven het Haeundae strand, heb je een geweldig uitzicht over de stad en de zee. Wil je meer van de kust zien, stap dan in de Blue Line Train. Het traject loopt op een verhoogd spoor pal langs de zee, met de banken overdwars voor beter zicht. Zoek je het liever hogerop, dan is de Busan Air Cruise een aanrader. Deze kabelbaan zweeft hoog boven de baai van Songdo, met op de achtergrond de vele wolkenkrabbers. ’s Avonds boeken we een boottour en bewonderen we de verlichte skyline en de tweelaagse, LED-verlichte Gwanganbrug. Waar Seoul bruist als een hypermoderne wereldstad, ademt Busan meer de energie van een kuststad. Het is Seouls relaxte tegenhanger aan zee: losser, rauwer en luchtiger.
Razend tempo
Het openbaar vervoer is overal uitstekend geregeld in Zuid-Korea. Wij nemen de KTX (hogesnelheidstrein) terug naar Seoul, met een snelheid van zo’n 300 km/u ben je er in slechts 2,5 uur. De trein stopt keurig bij de ingelegde tegel met corresponderend coupénummer op het perron. In de coupés is het stil, een ongeschreven regel. Respectvol, praktisch en prettig voor iedereen; een kwestie van cultuur.
Zuid-Korea heeft zich in slechts 60 jaar getransformeerd van straatarm tot zeer welvarend, en verovert de wereld met haar onweerstaanbare mix van creativiteit, discipline, historie en esthetiek. Het zijn de kernwaarden van het land – neo-confuciaans denken, een no-nonsensewerkmentaliteit, gemeenschap boven individu en de balans tussen traditie en moderniteit – die de K-wave wereldwijd kracht geven. Het land is gelaagd, de mensen zijn gedreven, je ervaart een goede combi van traditie en hightech, kortom: Zuid-Korea is perfect als verrassende vakantiebestemming.










